25 september 2025
Would-be schrijvers die ‘echte’ schrijvers vragen iets voor ze
te doen, wat een vervelend slag is dat toch. Met het heilige
doel voor ogen (hun naam op een boek!) verliezen ze alle
fatsoensnormen uit het oog. Ontelbare keren heb ik me
voor zulke mensen ingezet, vrijwel altijd is dat vervelend
afgelopen. Ik herinner me maar één keer dat het goed is
gegaan, toen kwam iemand me een manuscript brengen
dat uit maar liefst 1200 pagina’s bestond. Toen ik
geschrokken zei dat ik er maar een dag aan kon besteden,
werd dat begripvol aanvaard.
Verder heeft mijn inzet eigenlijk alleen maar gelazer
opgeleverd. In de kortst mogelijke samenvatting: wanneer
onbekenden me een manuscript sturen en ik ben zo
vriendelijk ze mijn bevindingen te vertellen, zijn ze beledigd
dat het niet volmaakt was en hoor ik er daarna nooit meer
iets van. Wat professionelere types, die me bijvoorbeeld
vragen een inleiding voor hun boek te schrijven of ze te
introduceren bij een grote uitgeverij, ‘vergeten’ me tijdens
de presentatie te bedanken. En laatst heeft een kennis me
een dermate beroerde tekst gestuurd, dat ik lang heb
gezwoegd op een leesrapport. Ik ontving een bericht terug
waarin stond dat hij zijn ‘boek’ ook aan allerlei anderen had
gestuurd, en dat hij later wel ging kijken wat hij met de
opmerkingen zou doen.
De afgelopen week vond wederom een scribent die ik een
dienst had verleend het nodig me rechtsom te passeren,
zodat ik heb besloten dat vanaf nu niet meer ikzelf door de
plee zal worden gespoeld, maar ieder toegezonden
manuscript.