MARIËT  MEESTER

De tribune van de armen

Wat David ziet

Hollands Siberië

Koloniekak. Leven in een gevangenisdorp

De mythische oom

Liefdeslied van een reiziger

Sla een spijker in mijn hart

De volmaakte man

De overstroming

De verdwaalde nomade

Het mythische Menaka

De eerste zonde

Bokkezang

De stilte voor het vuur

Sevillana

Mariët Meester werd in Den Haag geboren als oudste kind in een onderwijzersgezin. Als baby verhuisde ze met haar ouders naar de Drentse gevangeniskolonie Veenhuizen, waar haar vader hoofd van de School met de Bijbel werd.


Mariët studeerde aan de Academie voor Beeldende Kunsten Minerva in Groningen. Tijdens het stagejaar trok ze samen met Jaap de Ruig in een zelfgebouwd woonwagentje door Frankrijk. Ze publiceerde het reisverslag Een spoor van paardemest.


Na een periode als beeldend kunstenaar en freelance journalist verscheen in 1990 haar eerste literaire boek, de roman Sevillana. In hetzelfde jaar reisde ze voor het eerst naar Roemenië, waar ze contact zocht met Roma (zigeuners). In 1991 verbleef ze opnieuw bij Roemeense Roma, wat in 1992 leidde tot het reisboek De stilte voor het vuur.


Meesters tweede roman was getiteld Bokkezang (1994) en werd later vertaald in het Russisch. In 1997 verscheen de roman De eerste zonde, die zich afspeelt in het gevangenisdorp waar ze opgroeide.




 




In het jaar 2000 werd ze uitgenodigd om deel te nemen aan de Literatuurexpres, een zesweekse treinreis van Lissabon via Sint Petersburg naar Berlijn, met meer dan honderd Europese auteurs als passagiers. (foto: Oliver Möst, rechts de Vlaamse auteur Kamiel Vanhole)


In 2003 verscheen de roman De overstroming, over een groepje mensen dat een grote overstroming in het Nederlandse polderlandschap overleeft. Eind 2005 werd de roman De volmaakte man gepubliceerd, die zich deels afspeelt in Amsterdam, deels in Veenhuizen. Een halfjaar later werden in Sla een spijker in mijn hart (mei 2006) alle ervaringen van Mariët Meester met Roemeense Roma samengebracht.  





In 2009 verscheen Liefdeslied van een reiziger, een roman over twee geliefden die besluiten vakantie van elkaar te nemen. Daarna schreef Meester een non-fictieboek waarvoor ze drie maanden onderzoek deed in de Amerikaanse staat Washington. Dit boek, De mythische oom, verscheen in januari 2012 en gaat over de oom van de auteur, die leukemie overwon dankzij een stamceltransplantatie waarbij zijn broer – de vader van de schrijfster – de donor was. Ze verdiepte zich in zijn pioniersbestaan in de VS en zijn allesoverheersende geloof.



Van februari 2011 tot en met mei 2012 keerde Mariët terug naar de gevangeniskolonie Veenhuizen waar ze opgroeide. Ze ging daar tijdelijk in een leegstaande pastorie wonen en interviewde een veertigtal oud-inwoners. Aan de hand van hun herinneringen schreef ze tien verhalen over de twintigste eeuw in het dorp, toen rondom honderden bordjes 'verboden toegang' stonden. Kinderen namen de boevenbus naar school, gewapende gestichtswachters hielden de tuinman in de gaten  en landlopers, criminelen en oorlogsdelinquenten leefden in een unieke constellatie met de bevolking samen. Het resulteerde in het boek Koloniekak. Leven in een gevangenisdorp.



 




In 2012 nam Mariët Meester het initiatief om van de Veenhuizer pastorie een schrijvershuis te maken. Professionele auteurs konden er een maand of langer in alle rust werken. Op 11 september 2014 verscheen bij De Arbeiderspers de roman Hollands Siberië, waarin het huis en de geschiedenis van het dorp een grote rol spelen. Rondom dit boek werd een speciale website gelanceerd.


Mariët Meester woont in Amsterdam. Van januari 2015 t/m maart 2016 verzamelde ze in de Spaanse stad Málaga materiaal voor haar nieuwe non-fictieboek De tribune van de armen (2017).


Voor een overzicht van de boeken, klik hier.